- Zaterdag, 24 Augustus 2019 -

Lezing uit de Openbaringen 21,9b-14.

Een engel kwam naar mij toe en zei: Kom, ik zal u de Bruid, het Lam tonen.
Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg
en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan.
Stralend van de heerlijkheid God; zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als een kristalheldere jaspis.
De stad wat omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort stonden twaalf engelen.
namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen.
Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen.
En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop stonden de twaalf namen van de twaalf apostelen van het lam.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Psalm 145(144),10-11.12-13ab.17-18.

Uw werken zullen U prijzen, Heer,
uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij,
uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend,
de pracht van uw Koninkrijk.
Uw Rijk is een rijk voor alle eeuwen,
uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen,
en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept,
voor elk die oprecht tot Hem bidt.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 1,45-51.

In die tijd ontmoette Filippus Natanaël en zei hem: 'Degene over
wie Mozes in de Wet geschreven heeft en ook de profeten,
Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.'
Natanaël smaalde: 'Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?'
Waarop Filippus antwoordde: 'Kom dan kijken.'
Jezus zag Natanaël naar zich toekomen en zei, doelend op hem:
'Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!'
Natanaël zei toe Hem: 'Hoe kent Gij mij?' Jezus gaf hem ten antwoord:
'Voordat Filippus u riep, zag ik u onder de vijgeboom zitten.'
Toen zei Natanaël tot Hem: 'Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israël.'
Jezus antwoordde: 'Omdat Ik u zei dat ik u onder de vijgeboom zag, gelooft ge?
Gij zult grotere dingen zien dan deze.'
En hij voegde er aan toe: 'Voorwaar, voor­waar, Ik zeg u: gij zult de hemel open zien
en de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensen­zoon.'
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Terug