- Donderdag, 25 April 2019 -

Lezing uit de Handelingen der apostelen 3,11-26.

In die dagen, toen de lamme die genezen was zich aan Petrus en Johannes vastklampte,
liep al het volk verbaasd rond hen te hoop in de Zuilengang van Salomo.
Toen Petrus dit zag, richtte hij het woord tot het volk: 'Mannen van Israel, waarom verwondert gij u toch hierover
en waarom staart ge ons aan, als hadden wij uit eigen kracht of vroomheid bewerkt dat deze man loopt?
De God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van onze vaderen, heeft zijn dienaar Jezus verheer­lijkt,
die gij hebt overgeleverd, en voor Pilatus verloo­chend, ofschoon deze van oordeel was Hem in vrijheid te moeten stellen.
Maar gij hebt de Heilige en Gerechte verloochend en als gunst de vrijlating van een moordenaar gevraagd.
De leidsman ten leven daarentegen hebt gij gedood. God heeft Hem evenwel uit de doden doen opstaan; daarvan zijn wij getuigen.
Omwille van het geloof in zijn Naam heeft zijn Naam deze man, die ge ziet en kent, weer kracht gegeven.
Het geloof door Hem verleend, heeft de man deze gaafheid van leden geschonken ten aanschouwe van u allen.
Maar ik weet, broeders, dat gij in onwetendheid gehandeld hebt, evenals uw overheden.
Maar wat God tevoren had aangekondigd bij monde van alle profeten, dat zijn Messias zou sterven, heeft Hij zo in vervulling doen gaan.
Bekeert u dus en hebt berouw, opdat uw zonden worden uitgewist
en er van de Heer uit tijden van verkwik­king mogen komen en Hij u Jezus zende, die voor u als Messias was voorbestemd.
De hemel moest Hem opnemen tot de tijd van het herstel van alle dingen,
waarover God gespro­ken heeft bij monde van zijn heilige profeten sinds oude tijden.
Mozes toch heeft gezegd: Een profeet zoals ik zal de Heer onze God voor u doen opstaan
uit uw broeders. Naar Hem moet ge luisteren in alles wat Hij tot u zeggen zal,
en ieder die niet naar die profeet luistert, zal uit het volk worden uitgeroeid.
En alle profeten, allen die vanaf Samuel en zijn opvolgers gesproken hebben, hebben ook deze dagen voorspeld.
Gij zijt de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen gesloten heeft,
toen Hij tot Abraham zei: In uw zaad zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.
Voor u in de eerste plaats heeft God zijn dienaar doen opstaan en Hem gezonden
die u zegen schenkt als ieder van u zich van zijn boosheid bekeert.'
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Psalm 8,2a.5.6-7.8-9.

Heer, onze Heer,
hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde!
Wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt,
het mensenkind dat U naar hem omziet?
Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen,
hem omkleed met schoonheid en met pracht;
heel uw schepping aan hem onderworpen,
alles aan zijn voeten neergelegd.
Runderen en schapen overal,
ook de wilde dieren op de velden;
vogels in de lucht en vissen in de zee,
al wat wemelt in de oceanen.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 24,35-48.

In die tijd vertelden de leerlingen wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood.
Terwijl ze daarover spraken, stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: 'Vrede zij u.'
In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien.
Maar Hij sprak tot hen: 'Waarom zijt ge ontsteld en waarom komt er twijfel op in uw hart?
Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals ge ziet dat Ik heb.'
En na zo gesproken te hebben toonde Hij hun zijn handen en voeten.
Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven, zei Hij tot hen: 'Hebt ge hier iets te eten?'
Zij reikten Hem een stuk gerooster­de vis aan;
Hij nam het en at het voor hun ogen op.
Hij sprak tot hen: 'Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was: Alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes, in de profeten en psalmen moet vervuld worden.'
Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften.
Hij zei hun: 'Zo spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag,
ever de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis van de zonden in zijn Naam.
Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Terug