- Zaterdag, 11 Augustus 2018 -

Lezing uit het boek Habakuk 1,12-17.2,1-4.

Zijt Gij niet vanouds Heer, zijt Gij niet mijn God, mijn heilige, de overwinnaar van de dood? Om het oordeel te voltrekken, Heer, hebt Gij dit volk aangewezen. Om te kastijden, Rots, hebt Gij het aangesteld.
Gij wiens ogen te zuiver zijn om het kwaad aan te zien, Gij die het onrecht niet onbewogen kunt gadeslaan, hoe kunt Gij de verraders aanzien en zwijgen, als de schurk verslindt een man, rechtvaardiger dan hijzelf?
Gij behandelt de mensen als de vissen in de zee, als het wemelend gedierte dat geen meester heeft.
De Chaldeeër slaat ze allen aan de haak, hij sleept ze mee in zijn net, hij brengt ze bijeen in zijn fuik. Daarom verheugt hij zich en jubelt hij het uit.
Daarom brengt hij offers aan zijn net en brandt hij wierook voor zijn fuik: daaraan dankt hij zijn vette buit, zijn overvloedig maal.
Mag hij dan zijn net maar blijven ledigen? Mag hij ermee doorgaan de volken meedogenloos uit te moorden?
Ik zal mijn wachtpost betrekken, ik ga op de wallen staan; ik wil uitkijken om te zien, wat Hij mij zeggen zal, het antwoord, dat ik te horen krijg op mijn bezwaren.
De Heer gaf mij antwoord: “Schrijf het visioen op, zet het duidelijk op schrift, zodat men het vlot kan lezen.
Want dit visioen - al wacht het de vastgestelde tijd nog af - hunkert niettemin naar zijn vervulling:
het vertelt geen leugen. Al blijft het ook uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat.
Bezwijken zal hij, die in zijn hart niet deugt; de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.”
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Psalm 9(9A),8-9.10-11.12-13.

Zo vergaat het hun! Maar de Heer zetelt voor eeuwig,
zijn rechterstoel staat onwrikbaar vast.
Hij bestuurt de wereld naar recht en wet,
alle volken berecht hij eerlijk
Zo bleef Jahweh een toevlucht voor de verdrukten, Een wijkplaats in tijden van nood;
Die uw Naam kennen, mochten steeds op U hopen, Want nooit verliet Gij, die U zochten, o Jahweh!
Zingt nu voor Jahweh, die de Sion bewoont, Roept tot de volken zijn daden;
Want de Bloedwreker blijft de verdrukten gedenken, Vergeet hun noodkreten niet.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 17,14-20.

Toen zij bij het volk gekomen waren, kwam een man naar Hem toe, wierp zich op de knieen voor Hem neer
en sprak: 'Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij lijdt aan vallende ziekte en is er slecht aan toe. Dikwijls valt hij in het vuur en in het water.
Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar die waren niet bij machte hem te genezen.'
Jezus gaf ten antwoord: 'O, ongelovig en verworden geslacht, hoelang nog moet Ik bij u zijn, hoelang nog u verdragen? Brengt hem hier bij Mij.'
En onder de dwang van Jezus'‘‘‘ woord ging de boze geest uit hem weg; op datzelfde ogenblik was de jongen genezen.
Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen zij Hem: 'Waarom hebben wij hem niet uit kunnen drijven?'
Jezus zei hun: 'Voorwaar, Ik zeg u: wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaad­je, dan kunt ge tot deze berg zeggen: verplaats u van hier naar daar, en hij zal zich verplaatsen. Niets zal u onmoge­lijk zijn.'
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Terug