- Dinsdag, 20 November 2018 -

Lezing uit de Openbaringen 3,1-6.14-22.

Ik Johannes, hoorde een stem die sprak: Schrijf aan de engel van de kerk te Sardes. Dit zegt Hij, die de zeven geesten Gods en de zeven sterren heeft: Ik ken uw werken; ge hebt de naam, dat ge leeft, maar ge zijt dood.
Word wakker, en geef steun aan de rest, die op hett punt van sterven staat. Want Ik heb uw werken niet volmaakt bevonden voor het aanschijn van mijn God.
Herinner u dus, hoe ge ontvangen hebt en geluisterd; onderhoud het, en kom tot inkeer. Zo ge dus niet wakker wordt, zal Ik komen als een dief, en ge zult niet weten, op wat uur Ik u zal overvallen.
Toch hebt ge in Sardes er enkelen, die hun klederen niet hebben besmet; met Mij zullen ze wandelen in het wit gekleed, omdat ze daartoe waardig zijn.
Wie overwint, zal dus in witte klederen worden gehuld; zijn naam zal Ik niet uitwissen uit het boek des levens, maar zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen.
Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken.
Schrijf aan den engel der kerk te Laodicea. Dit zegt "Amen", de trouwe en waarachtige Getuige, de Aanvang van de schepping Gods:
Ik ken uw werken, en weet, dat ge koud zijt noch warm. Och, waart ge maar koud of warm!
Omdat ge lauw zijt, warm noch koud, daarom zal Ik u uitspuwen uit mijn mond.
Ge zegt: Ik ben rijk, ik heb overvloed en heb behoefte aan niets; daarom beseft ge ook niet, dat ge ellendig zijt en erbarmelijk, arm, blind en naakt.
Ik raad u aan, om goud van Mij te kopen door vuur gelouterd, opdat ge rijk moogt worden; en witte klederen, om ze aan te trekken, opdat de schande uwer naaktheid niet aan de dag zal komen; en zalf, om uw ogen te zalven, opdat ge moogt zien.
Ik bestraf en tuchtig al, die Ik liefheb. Doe dus uw best en bekeer u.
Zie, Ik sta aan de deur en klop; wanneer iemand luistert naar mijn stem en de deur zal ontsluiten, dan zal Ik bij hem binnenkomen, de maaltijd met hem houden, en hij met Mij.
Wie overwint, zal Ik naast Mij op mijn troon doen zitten, zoals Ik zelf heb overwonnen, en met mijn Vader op zijn troon ben gezeten.
Wie oren heeft, hore wat de Geest zegt tot de kerken.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Psalm 15(14),2-3ab.3cd-4ab.5.

Wie rechtvaardig is en eerbaar leeft,
in zijn hart geen boze plannen koestert,
geen bedrog pleegt met zijn tong.
wie zijn evenmens geen schade doet
en zijn buren niet te schande zet;
wie de boosdoener veracht,
maar de dienaars van de Heer in ere houdt;
Zijn bezit niet uitleent tegen woeker,
als getuige niet omkoopbaar is.
Wie zich zo gedraagt
zal niet wankelen in eeuwigheid.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 19,1-10.

In die tijd ging Jezus Jericho binnen. Terwijl Hij er doorheen trok,
poogde een zekere Zacheüs, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man,
te zien wie Jezus was. Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte, want hij was klein van gestalte.
Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit en klom in een wilde vijgeboom, omdat Jezus daar langs zou komen.
Toen Jezus bij de plaats kwam, keek Hij omhoog en zei tot hem:
'Zacheüs, klim vlug naar beneden, want vandaag moet ik in Uw huis te gast zijn.'
Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap.
Allen zagen dat en merkten morrend op: 'Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!'
Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak: 'Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit
aan de armen; en als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug.'
Jezus sprak tot hem: Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham.
De mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.'
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Terug